Meer tussen hemel en aarde (15): Januarigevoel

JANUARIGEVOEL

Kerst en oudjaar zijn voorbij, dat was vorig jaar. De feestversiering is opgeborgen. In de tweede week van het nieuwe jaar is er bijna elke dag wel een nieuwjaarsontmoeting. We beseffen dat we iets moeten gaan doen met dat nieuwe jaar, maar na de drukte en knusheid van december houden we het graag een beetje onbestemd.

Ik stond gisteren een poosje naar het schildpaddenperk in onze achtertuin te staren. Onze twee Europese landschildpadden, Socrates en Plato, zitten daar al sinds eind oktober onder de grond. Ik weet niet eens precies waar – toen het weer te bar werd, hebben ze zich ingegraven en tegen Pasen zullen ze zich wel weer melden. De herfstbladeren helpen ervoor te zorgen dat hun plekje niet bevriest. Soms vind ik het best een aantrekkelijk idee, zo’n winterslaap. Er zijn van die dagen met te weinig licht en teveel verplichtingen, dan zou ik er zó voor tekenen.

Onlangs las ik ergens dat de Romeinen helemaal in het begin van hun geschiedenis (de stad Rome is gesticht in 753 voor Christus) een tijdlang maar tien maanden op hun kalender hadden. Die maanden hadden al de namen die we nog steeds gebruiken: het begon in het vroege voorjaar met Mars (maart), en het stopte met de midwinterfeesten van december. De namen weerspiegelen deze telling nog: september betekent ‘zevende maand’, oktober ‘achtste’, november ‘negende’ en december ‘tiende’. En na december kwam er een poosje niks. Ik heb geen idee wie er bijhield wanneer het weer maart werd, maar die tijd kwam niet op de kalender voor. Ik stel me graag voor dat die vroege Romeinen eind december na de oudejaarsconference welterusten tegen elkaar zeiden en op 1 maart weer uit hun hol kwamen en elkaar gelukkig nieuwjaar wensten.

Het is natuurlijk wel altijd de bedoeling geweest om het in de winter rustig aan te doen, als de energie laag is en de vitaminen schaars zijn. De zomer is voor de drukte – in een landbouwsamenleving gaat het vanzelf zo. Onze lange zomervakanties zijn niet uitgevonden om niets te doen, maar om alle handen paraat te hebben bij het hooien en bij de oogst. Pas tamelijk recent is dat ritme helemaal omgedraaid: we maken ons druk als de natuur rust houdt, en gaan op onze gat liggen als het natuurleven hoogtij viert. Alsof we zelf geen natuur zijn. Geen wonder dat we aan voorjaarsmoeheid gaan lijden: we maken ons veel te druk in die maanden die ooit niet op de kalender stonden.

Heel lang hebben de Romeinen dat trouwens niet volgehouden: een kleine tweehonderd jaar hooguit. Toen hebben ze januari en februari ingevuld. Vandaar dat het schrikkelen (het rommelen met extra dagen om de kalender te laten sporen met het zonnejaar) aan het einde van februari gebeurt, dat is restjestijd. Ook in de voorraadkamer, want de wintervoorraad wordt tegen die tijd schamel en schimmelig. Maar goed dat dan de vasten begint, en daarna komt er nieuw groen en gaan de kippen weer aan de leg. Zo was dat vroeger, niet eens zo lang geleden. Paaseieren, dat waren de eerste eieren van de nieuwe leg en die werden versierd en in de kerk gezegend.

Januari is naar Janus genoemd, de Romeinse god van de doorgangen. Hij werd in de deuropeningen afgebeeld met een ‘januskop’: twee gezichten, aan beide kanten van de deur één. Hij herinnert eraan dat je telkens een andere wereld binnenstapt als je een huis ingaat, als je door een stadspoort naar buiten loopt, als je aan een nieuw jaar begint. Je betreedt nieuw terrein waar andere regels gelden, of andere voornemens. We zijn van de decemberdrukte de januarileegte ingerold. Laten we het nog een poosje zo leeg mogelijk houden…

14 januari 2018, Piet van Veldhuizen














Meer Column:

 

Nieuwsbrief Ark op koers



  • Snel contact:

    06 - 383 041 09


    E-mail: ds@dearkonline.nl

  •  
  • Kerkdiensten:

    Elke zondag 10:00 uur


    Adres: Olijfgaarde 12 Hendrik Ido Ambacht

  •  
  • Collectebonnen:

    Bestel collectebonnen

  •  
  • Volg De Ark op:

     


  •