Meer tussen hemel en aarde (28): Laat maar waaien

Pinksteren is een feest van wind en vuur. Het Bijbelse verhaal zegt dat er stormgedruis klonk en dat op alle hoofden vlammen werden gezien. Maar de wind woei de vlammen niet uit en het vuur verzengde de haren niet. Niets ging kapot, alles werd heel. Zeven weken na Pasen kwamen de leerlingen van Jezus tot leven. Na zijn dood en opstanding waren ze als verlamd, ik stel het me voor als een depressieve staat – waarvan na zevenmaal zeven dagen de maat vol is. De mist trekt op, het huis waait open, het vuur van de bezieling laait op. Pinksterfeest.

Het spannende van wind en vuur is dat het geen dingen zijn. Het zijn processen, bewegingen, overgangen. Wind is een stroom, vuur is een proces waarin materie van de ene staat in de andere overgaat. Je kunt wind en vuur niet in een potje stoppen, maar beide zijn ó zo werkelijk en waar. In de storm staan en bij een vuur zitten: dat zijn momenten waarop je ervaart dat je leeft.

In beide oude talen van de Bijbel is het woord dat voor de heilige Geest van God gebruikt wordt, tegelijk het woord voor wind en adem. Roeach in het Hebreeuws, pneuma in het Grieks. Het is wat stroomt, wat in en uit gaat, wat door je haren speelt en je longen vult. Het is de tocht die de gordijnen doet opwaaien. Frisse lucht, geuren van elders. In de kerk hoort het te tochten, vind ik. Anders wordt het al gauw verstikkend omdat we onze eigen oude lucht rondpompen.

Vorig jaar zag ik in een Franse kerk een aandoenlijk bordje waarin het eeuwige dilemma van de kerk wordt samengevat (zie de foto). Er staat op: “Voor het welzijn van het orgel graag voorkomen dat het tocht in de kerk. Met dank, de organist.” Ik denk dat ik de organist wel begrijp: een orgel is een gevoelig instrument, stemmen is een tijdrovende klus, dus hoe constanter de atmosfeer in de kerk, hoe beter het is voor het orgel. Maar aan de andere kant: het orgel is een kast vol fluiten die alleen werken als je er lucht doorheen blaast. Orgel spelen is lucht laten stromen. Als het niet tocht in de pijpen, blijft het stil. Zoals het ook stil blijft in een kerk die ramen en deuren dicht houdt. Ik zie het voor me: ruzie tussen de organist en de welkomstcommissie. Altijd die vervloekte toeristen, roept de organist. Jij met je stomme orgel, roepen de mensen van de open kerk. Mag het raam dicht, roepen de oude mensen. Kan de deur open, roepen de jongeren. Hopeloos? Tenzij je het ziet als de levensbeweging zelf. In- en uitademing, slapen en waken, altijd heen en weer.

De ideale toestand bestaat niet, want een toestand is een momentopname en de Geest is beweging, net als het leven. Pinksteren nodigt uit tot deelname aan de beweging. In de kerk willen we vaak van alles vasthouden: de jeugd, de waarheid, de traditie. Maar zelfs ‘traditie’ betekent ‘doorgeven’ dus ook dat is beweging. In de stroom stappen, meebewegen, uitwaaien, bezield raken: dat is Pinksteren.

20 mei 2018, Piet van Veldhuizen

Het Pinksterverhaal is in de Bijbel te vinden in hoofdstuk 2 van het boek Handelingen. De foto is genomen op 5 augustus 2017 in de Église Sainte-Croix in St. Gilles-Croix-de-Vie.

 

 

 














Meer Column:

 

Nieuwsbrief Ark op koers



  • Snel contact:

    06 - 383 041 09


    E-mail: ds@dearkonline.nl

  •  
  • Kerkdiensten:

    Elke zondag 10:00 uur


    Adres: Olijfgaarde 12 Hendrik Ido Ambacht

  •  
  • Collectebonnen:

    Bestel collectebonnen

  •  
  • Volg De Ark op:

     


  •