Meer tussen hemel en aarde (44) – Vissen achter de spiegel

De eerste leerlingen van Jezus waren vissers. Volgens de oude verhalen is dat geen toeval: Jezus is op hen afgestapt, tweemaal twee broers met scheepjes en netten, en heeft ze gezegd dat ze voortaan mensenvissers zullen zijn. Vandaag lezen we in De Ark de versie van dat verhaal die Lucas in zijn evangelieboek heeft genoteerd.

Mensenvissers – dat is een beeld waarmee veel kan misgaan, vooral in een eeuw van pulsvisserij en sonar. Je zal maar in de netten van de kerk verstrikt raken! Net als in de visserij letten ze daar vaak vooral op de aantallen: als het maar veel is. Ze kicken op volle kerken, ook al raken daar net als in volle netten de kleintjes gemakkelijk in de verdrukking. Als je eenmaal binnen bent, mag je hopen dat ze een beetje netjes met je omspringen.

Je ziet, ik word van deze beeldspraak gemakkelijk een beetje cynisch. Zowel over de visserij als over de kerk zijn genoeg nare verhalen te vertellen. Die kunnen dan maar het beste verteld en serieus genomen worden. Maar gelukkig is er ook een andere kant.

Het oude vissen uit Bijbelse tijden leek meer op wat ik vroeger deed, toen ik nog weleens een hengeltje uitgooide. Je spoorde niet met de sonar een school vissen op om die vervolgens zo’n beetje in zijn geheel uit de zee te scheppen. Je had een werpnet en daar deed je het mee. Je kon niet door de waterspiegel heen kijken. Je deed het met aandacht en geduld, en soms ving je niets.

Waterspiegel, hemelspiegel

Als ik als pastor naar mensen luister, is dat ongeveer de situatie. Ik kan vissen naar wat er in iemand schuilgaat. Niet door enorm te roeren en te toeteren – zo gaat dat niet. Met geduld en aandacht wacht ik op wat er achter die spiegel gebeurt. Ik vis in een wereld waar ik nog geen weet van heb – want wat ik denk te zien is vaak mijn eigen spiegelbeeld. De diepte van de ander kan ik alleen vermoeden, en er met groot respect een lijntje in uitgooien. Zoals ik er nu over spreek, is de ander niet de vis maar de zee.

Of misschien is de wéreld van de ander de zee, en moet ik geduld en aandacht hebben omdat ik nog niet weet hoe die ander daaruit boven water gaat komen. Ik moet er niet meteen bovenop springen als de dobber even trilt. En als ik beet heb, moet ik vooral behoedzaam zijn. Het lijntje eerder vieren dan aantrekken. En beseffen dat ik nog steeds niet weet wat ik precies aan de haak heb. Eigenlijk heeft de vis ook mij gevangen, met heel mijn aandacht.

Daar breekt het beeld af. Ik ga die ander niet opmeten, fileren en/of roosteren. De beeldspraak maakt zichtbaar dat je als ‘mensenvisser’ omgaat met een groot geheim, aandachtig en geduldig. Dat het daarbij altijd gaat om de vrijheid en het geluk van die ander, past niet meer in het vissersbeeld. Wat er nog wél in past: vissen kan iedereen en luisteren ook. Maar sommigen hebben er hun beroep van gemaakt of hebben veel ervaring. Die lezen de tekenen van het weer en het water, ze kennen hun materieel en hebben feeling ontwikkeld voor de onderwaterwereld die ze niet kunnen zien.

Als ik op zondag twintig minuten preek, of soms wat langer, is dat de oogst van heel veel doordeweekse uren langs de pastorale waterkant, luisterend naar mensen, naar verse verhalen en oude teksten. Als ik de dobber zie trillen, denk ik: dat komt zondag wel weer goed..

10 februari 2019 – Piet van Veldhuizen

Het verhaal over de vissers die mensenvissers worden, staat in Lucas 5, 1-11. In Marcus 1, 16-20 wordt een andere versie van het verhaal verteld.

De foto is in juni 2018 genomen. Het is het water van de Natisone, gezien vanaf de brug van Cividale del Friuli in Noordoost-Italië.














Meer Column:

 

Nieuwsbrief Ark op koers



  • Snel contact:

    06 - 383 041 09


    E-mail: ds@dearkonline.nl

  •  
  • Kerkdiensten:

    Elke zondag 10:00 uur


    Adres: Olijfgaarde 12 Hendrik Ido Ambacht

  •  
  • Collectebonnen:

    Bestel collectebonnen

  •  
  • Volg De Ark op:

     


  •