Meer tussen hemel en aarde (49) – Je past je maar aan

Veertig jaar geleden werd ik volwaardig lid van de kerk. ‘Belijdenis doen’, heet dat in kerktaal. Als zuigeling was ik gedoopt, en door ‘ja’ te zeggen op een aantal vragen verklaarde ik dat ik als volwassene mijn doop serieus wilde nemen en er helemaal bij wilde horen. Vandaag doet in De Ark ook iemand belijdenis.

Destijds hadden we, in de groep die belijdenis zou gaan doen, heftige discussies – want de vraag was waartegen je ‘ja’ zei. Toch niet tegen dat hopeloze instituut dat de kerk is, zeiden sommigen van ons. De dominee van toen was van mening dat je wel degelijk trouw en gehoorzaamheid beloofde aan het instituut en aan de spelregels van de kerk. Wij, jonge honden, legden liever de nadruk op onze keuze om volgelingen van Jezus te zijn. Trouw aan oude regels en instituties stond bij Jezus niet bovenaan het lijstje. Jezus paste zich aan – hij sprak de taal van de armen en van de dropouts, hij ging door de knieën om melaatsen en bedelaars aan te raken. Maar in de tempel of de synagoge blonk hij niet uit in aangepast gedrag, daar was hij eerder tegendraads.

Vandaag is het Palmzondag, dus we lezen over Jezus die als pelgrim bij Jeruzalem aankomt. Hij maakt er een hele vertoning van. Met zijn volgelingen om zich heen rijdt hij op een ezeltje naar de stadspoort. Geen generaal te paard maar een leider op een ezeltje. Het was een beeld dat iedereen begreep. Wie op een ezel rijdt, drijft niet zijn wil door. Over aanpassen gesproken: op een paard kun je gaan waar je wilt, op een ezel ga je waar de ezel heen wil. Wie op een ezel rijdt, moet geduld hebben. Het is een zachtmoedige koning die op een ezel rijdt, zei de profeet Zacharia een paar eeuwen vóór Jezus al.

Als hij in de tempel komt, valt die zachtmoedigheid als een mantel van hem af: Jezus windt zich zó op over alle gedoe waarmee de priesters en kooplui tussen God en de mensen in gaan staan, dat hij als een razende tekeer gaat. Daarmee tekent hij in feite zijn doodvonnis. Wie zich niet aanpast, moet het veld ruimen – maar Jezus past zich liever aan zijn ezeltje aan dan aan de kerk van zijn tijd.

Op Palmzondag gebruiken we daar een mooi beeld voor uit een oeroud lied: ‘De steen die de bouwers afkeurden, is een ​hoeksteen​ geworden.’ Voor een gebouw gebruik je het liefst stenen die vierkant zijn en allemaal even groot. Zoals we in de kerk ooit het liefst mensen hadden die allemaal hetzelfde dachten en hetzelfde deden. Mensen die niet in ons straatje passen, zien we vaak liever gaan dan komen. Onaangepaste mensen, à la Jezus – hoe geef je die een plek? Zoals bouwers een steen met een lastige vorm buiten de bouwplaats op een hoop gooien, zo wilden ze van hem af. Maar er komt een moment, dat alleen een rare steen het laatste gat kan dichten waardoor het gebouw echt af is.

Vandaag heten we iemand welkom die belijdenis doet. Tegen nieuwkomers wordt vaak gezegd: je past je maar aan. Maar aanpassen – waaraan dan? Aan onze slechte gewoontes? Aan de algemene onverschilligheid? Aan ons gebrek aan lef om echt onszelf te zijn?

De oproep van Palmzondag is dat we ons aanpassen aan Gods hart, dat anders redeneert dan de goegemeente. Het beeld van Gods hart is vandaag die koning op een ezeltje, zachtmoedig en down to earth. Niet de nieuwkomers moeten zich aanpassen, maar wij allemaal. Anders is de hele kerk de moeite niet waard.

14 april 2019, Piet van Veldhuizen

Het verhaal over de intocht van Jezus op het ezeltje staat o.a. in het Evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 19 vanaf vers 29. Het beeld van de afgekeurde steen staat in Psalm 118, vers 22.

De foto komt van de website insteading.com van een Engels bedrijf voor duurzame tuinaanleg en ecologisch terreinbeheer.














Meer Column:

 

Nieuwsbrief Ark op koers



  • Snel contact:

    06 - 383 041 09


    E-mail: ds@dearkonline.nl

  •  
  • Kerkdiensten:

    Elke zondag 10:00 uur


    Adres: Olijfgaarde 12 Hendrik Ido Ambacht

  •  
  • Collectebonnen:

    Bestel collectebonnen

  •  
  • Volg De Ark op:

     


  •