Meer tussen hemel en aarde (54) – Strijdbaar zonder harnas

We lezen vandaag (15-09-2019) in de kerk het verhaal over David en Goliat – of althans een paar stukken eruit. Want het is een groot en complex verhaal, ijselijk en prachtig tegelijk. We lezen het bij de doop van drie kleine kinderen, dus ik pak er maar twee momenten uit. Moment één: de Filistijnse reus Goliat, gepantserd en bewapend, daagt de volksgenoten van David tot een duel uit. Veertig dagen lang vernedert hij het Israëlitische leger met verbaal geweld. Hij staat symbool voor het kwaad, hij kijkt met verachting naar alles wat zwakker en kwetsbaarder is dan hijzelf, en niemand durft het tegen hem op te nemen. Moment twee: de kleine herdersjongen David legt zijn harnas, zijn helm en zijn zwaard af voordat hij Goliat tegemoet treedt. Strijdbaar maar zonder harnas.

David is geen softie. Hij beschrijft zichzelf als een herdersjongen die ook weleens een leeuw of een beer te grazen heeft genomen als ze zijn schapen te na kwamen. Hij maakt zich bijzonder kwaad over de schampere taal van Goliat en over het feit dat niemand de strijd met hem aandurft. Hij heeft zijn eigen wapens: stenen en een slinger, dat is herdersgereedschap. Hij doet niet zomaar wat. Hij kan goed mikken en dat weet hij.

Als hij bereid is om de strijd met Goliat aan te gaan, biedt de koning hem een harnas, een helm en een zwaard aan. Maar dat belemmert hem teveel. Hij probeert zich erin te bewegen, maar uiteindelijk gaat hij zonder bepantsering de vrije vlakte tussen de twee legers in. Hij heeft zijn verontwaardiging, zijn rechtsgevoel, zijn innerlijk vuur – en zijn slinger.

Rembrandt maakte in 1655 deze ets over het verhaal. Collectie Rijksmuseum, 11,5 x 7,5 cm.

Dat is wat me vandaag inspireert: wij zijn gewend om ons aan alle kanten in te dekken. Verzekeringen, beveiliging, hang- en sluitwerk, procedures, buurtpreventie, wat niet al. En dan nog (of juist daardoor) voelen we ons voortdurend bedreigd en onveilig. En let op: juist doordat we ons zo indekken, neemt niemand het op tegen het kwaad. We verschansen ons ertegen en hopen dat het de buren treft en niet ons. We zijn vaak als de broers van David, soldaten in volle wapenrusting: ze durfden de strijd niet aan en hielden zich koest in hun loopgraaf, hopend dat een ander het oplost of dat het overwaait.

De kinderen die we dopen, gaan leven in een gevaarlijke wereld. De kans is klein dat ze, zoals ik vroeger, op hun zesde met hun kameraadjes vrij door heel Rotterdam zullen fietsen om te zien wat er te beleven valt. We gunnen ze alle veiligheid die we kunnen bieden – maar ik gun ze ook dat ze vrij en strijdbaar zullen zijn, dat ze dúrven leven. Dat ze ergens goed in zullen worden en daarmee vrijmoedig in de wereld zullen staan.

Uit een brief die Paulus in de 1e eeuw schreef, zullen we vandaag lezen dat wie gedoopt is, ‘met Christus bekleed’ is. Jezus als een jas die jou past, dat is het alternatief voor helm en harnas. Strijdbaar, kwetsbaar, oprecht en met vuur.  Gáán voor recht en liefde, voor de goedheid van God in de mensen. De doop is het symbool dat je in van alles kopje onder kunt gaan, in het leven en in de dood, maar dat je desondanks altijd in Gods licht bent. Dat geeft vertrouwen om niet angstvallig te leven maar vrijuit, strijdbaar en zorgzaam als die herdersjongen.

15 september 2019

Het verhaal over David en Goliat is te vinden in 1 Samuël 17.

Het fragment uit de brief van Paulus is Galaten 3, 24-29.














Meer Column:

 

Nieuwsbrief Ark op koers



  • Snel contact:

    06 - 383 041 09


    E-mail: ds@dearkonline.nl

  •  
  • Kerkdiensten:

    Elke zondag 10:00 uur


    Adres: Olijfgaarde 12 Hendrik Ido Ambacht

  •  
  • Collectebonnen:

    Bestel collectebonnen

  •  
  • Volg De Ark op:

     


  •