Meer tussen hemel en aarde (8): Rijker kijken

RIJKER KIJKEN

Vorig jaar om deze tijd kocht ik in een Weense boekhandel op goed geluk een roman van de Oostenrijkse schrijver Heinrich Steinfest. En toen ik vorige week weer in Wenen was, kon ik het niet laten om opnieuw een boek van hem te kopen. In zijn heerlijke verhalen speelt ‘bijzonder toeval’ voortdurend een rol: er zijn allerlei wonderlijke verbanden tussen de dingen die gebeuren. Het wordt verteld met een onderkoelde humor die meer Engels dan Duits aandoet.

Maar Steinfest schept ook nog op een andere manier samenhang in zijn wereld, namelijk door heel onverwachte vergelijkingen waarvan je direct denkt: ja, zo is het. Bijvoorbeeld als de hoofdpersoon tijdens een bergwandeling even zijn rugzak afdoet en zijn bezwete shirt lostrekt van zijn rug “zodat de wind zijn koele hand ertussen kon leggen” – je voelt direct hoe dat is, en dat beeld maakt je ervaring van de werkelijkheid rijker.

Nog een voorbeeld: de ik-persoon in de roman Der Allesforscher heeft een ongeluk overleefd en wordt wakker. Hij beseft dat hij in een ziekenhuisbed ligt. “Naast mij de gebruikelijke apparaten waarvan de geluiden en de optische signalen bewezen dat ik nog leefde. Ja, ik kon mijn hart zien schrijven. In schoonschrift. Heel netjes, maar zonder eigen stijl. Een beetje een doorsneehart.” Ik weet zeker dat als ik voortaan in het ziekenhuis een monitor zie op de intensive care, ik een braaf en vlijtig hart zie schrijven, netjes op de lijntjes.

Of deze: dezelfde ik-persoon heeft nog laat doorgewerkt en zich over van alles druk gemaakt terwijl zijn vriendin al is gaan slapen. Het hoofdstuk eindigt zo: “Na middernacht kwam ik naar bed, ik ging naast Kerstin liggen en drukte me tegen haar warme rug aan. Ik was als een telefoonhoorn die wordt opgelegd. Eindelijk stil.”

Over het geloof in God dat hem onwillekeurig is komen aanwaaien, vertelt diezelfde hoofdpersoon ook met een prachtig beeld. Het gaat zo: “Ik was in God gaan geloven. Merkwaardig genoeg niet in de zin dat ik een overtuiging had gevonden die ik eerder niet had gehad. Het was ook niet vanwege angst of uit voorzorg, of omwille van de traditie. Het was meer zoiets als met zulke zwerfkatten die zomaar je huis zijn binnengewandeld. Opeens zijn ze er en je krijgt ze er niet meer uit, ook als je probeert ze weg te jagen – omdat je een hekel hebt aan de troep die ze ervan maken. Haren op de bank of nog erger.
Nou wil ik niet zeggen dat God er een troep van maakt.. hoewel, op een bepaalde manier ook wel. Een intellectuele warboel. Hij brengt je op rare gedachten die ook op de bank blijven plakken of als spirituele stofvlokken in de hoeken van de kamer blijven zitten. Aan de andere kant is zijn aanwezigheid zeer aangenaam. Het geeft een behaaglijk gevoel. Je kunt hem op goede dagen zo te zeggen horen spinnen. Wat niet wil zeggen – we zijn tenslotte geen oude Egyptenaren – dat God een kat is. Maar hij gedraagt zich soms wel op dezelfde manier.”

Dit is niet hoe ik vanaf de preekstoel over God spreek. Maar het raakt iets diep in mij. Het beeld is lichtvoetig, mild spottend, maar ook warm en echt. Het doet me denken aan al die momenten waarop een dier voor mij zomaar opeens het gezicht van God was.

29 oktober 2017, Piet van Veldhuizen

De geciteerde passages staan op de pagina’s 275, 18, 243, 103 van de pocketuitgave uit 2015 van Der Allesforscher (Piper Verlag). Het andere boek dat ik van Heinrich Steinfest las, is ‘Das Leben und Sterben der Flugzeuge’ uit 2016.














Meer Column:

 

Nieuwsbrief Ark op koers



  • Snel contact:

    06 - 383 041 09


    E-mail: ds@dearkonline.nl

  •  
  • Kerkdiensten:

    Elke zondag 10:00 uur


    Adres: Olijfgaarde 12 Hendrik Ido Ambacht

  •  
  • Collectebonnen:

    Bestel collectebonnen

  •  
  • Volg De Ark op:

     


  •